Als Swaab gelijk heeft, dan kan hij geen gelijk hebben

Swaab stelt dat wij mensen niet of nauwelijks vrij zijn. Het is ons brein dat ons regeert. Als dat klopt, dan is de theorie van Swaab over het functioneren van ons brein zelf ook causaal bepaald. Het zijn dan Swaabs brein en de specifieke werking daarvan, die zijn theorie ‘produceren’. Het zelfde geldt voor andere theorieën of visies, van mensen welke die causale bepaaldheid bestrijden en een ruimte laten voor vrije keuze. Ook dat zijn dan producten van de causale werking van die andere breinen.

Als een theorie het product van de werking van iemands brein, dan wordt de vraag of iemand gelijk heeft onzinnig. Een theorie van Swaab zegt meer over het brein van Swaab, dan over het domein waar het iets over probeert te zeggen. De enige claim die Swaab overblijft is, dat hij de theorie echt meent, en dat ze een echte afbeelding is van zijn denkbeelden. Een claim op eerlijkheid is misschien nog te stellen, een claim op waarheid wordt onzin. Als Swaab gelijk heeft met zijn theorie over de werking van het brein, dan kan hij geen gelijk meer hebben, en trouwens ook geen ongelijk.

Toch claimt Swaab waarheid voor zijn theorie. Daarom verrichtte hij onderzoek, neem ik aan, daarom schreef hij zijn boeken en daarom kwam hij met een veelheid aan argumenten. Hoe die waarheidsclaim te handhaven als zijn theorie slechts een product van zijn brein is? Een uitweg zou zijn, om te stellen dat Swaabs brein superieur zou zijn boven brein van zijn tegenspelers. Hij moet dan wel aantonen, dat zijn brein meer toegang tot de waarheid heeft dan breinen die hem aanvallen. Dat wordt dan een spirituele strijd, waar Swaab zich niet thuis zou voelen, denk ik

Misschien vind Swaab een uitweg uit de paradox, die ik niet kon bedenken. Zo niet, dan doet hij er goed aan te accepteren, dat het menselijk brein niet alleen causaal wordt bepaalt en werkt, maar dat het op specifieke, en niet onbelangrijke gebieden een basis biedt voor vrije keuzes. Ik zou Swaab willen uitdagen om aan te geven waar binnen de werkingssfeer van het brein zich grenzen of overgangen bevinden tussen een domein van de noodzaak en een domein van de vrijheid. Als hem dat lukt, is zijn theorie meer serieus te nemen.

Posted in De kijk van Martin Hetebrij op de politieke dierentuin | 7 Comments

Al wil Verhagen geen leider zijn, toch dreigt hij het CDA naar de afgrond te leiden

Als de berichten juist zijn, dan heeft Wilders het voor elkaar gekregen dat 1 miljard minder voor ontwikkelingswerk tenminste bespreekbaar is geworden in de onderhandelingen tussen VVD, CDA en de PVV. Dat kan niet zonder instemming zijn gebeurd van Verhagen, en zonder de nodige druk op Haarsma Buma en waarschijnlijk op de fractie.  Wie in de fractie fel tegen is zal sterk in de verleiding komen om tegenmacht van buiten de fractie te mobiliseren. Ik kan me daarom heel goed voorstellen, dat tegenstanders binnen de fractie naar buiten lekken. Die tegenmacht zal allereerst te mobiliseren bij de ethische vleugel van het CDA, maar ook bij CDA-leden, die zich bezorgd maken over de eenheid van de partij.

Ik kan begrijpen waarom Verhagen, als goede en pragmatische politieke speler bereid is de hoogte van ontwikkelingshulp bespreekbaar te maken in de onderhandelingen. Het algemene belang van Nederland bij snelle bezuinigingen is ongelooflijk groot. Snelle verkiezingen kunnen tot een onherstelbaar verlies van het CDA leiden. Hoe verantwoord hij zichzelf ook kan voelen, toch geeft hij nieuwe impulsen aan een noodlottige proces dat binnen het CDA tot ontwikkeling is gekomen. In dat proces is de ethische vleugel bezig om steeds meer en steeds definitiever afstand van het CDA te nemen. Parallel daaraan krijgt de conservatieve vleugel steeds meer overhand. Als dat proces niet wordt gestopt dan blijft er een pragmatisch conservatief CDA over, een klein partijtje zonder de aloude, zo karakteristieke en creatieve spanning tussen ethische bevlogenheid en conserverende nuchterheid.

Verhagen wilde geen leider worden van het CDA. Verstandig omdat hij als gezicht van de pragmatisch conservatieve vleugel niet in staat zal zijn om te tegenstelling met de ethische vleugel te overbruggen. Of hij wil of niet, zijn keuzes in de onderhandelingen kunnen niet anders zijn dan de keuzes van een partijleider. Of hij dat nu wil of niet, hoe verantwoordelijk hij zich ook voelt, hij dreigt een leider te worden die het CDA naar de afgrond voert.

Zou men binnen het CDA dit gevaar ook zien, dan kan dat een goede reden zijn voor een machtsgreep. De fractie of een deel ervan zou, gesteund door delen van de partij zich tegen een akkoord met Wilders kunnen verzetten. Of dat het tij nog kan keren, ik weet het niet. Jammer, wat ook je politieke opvatting is, het CDA was altijd een stabiele factor in onze democratie.

Posted in De kijk van Martin Hetebrij op de politieke dierentuin | Leave a comment

De exit-strategie van Wilders

Wilders heeft zich van een mooie exit-strategie voorzien in de onderhandelingen met VVD en CDA. Die kan hem bij verkiezingen tot een geduchte tegenstander maken. Dat maakt het hem gemakkelijker om de onderhandelingen snel te stoppen. Dat versterkt zijn positie als die onderhandelingen doorgaan.

De oude stemmentrekker, de Islam en de immigratie van moslims heeft aan kracht ingeboet. Andere onderwerpen, zoals de Europese integratie en pijnlijke bezuinigingen zijn de publieke agenda gaan domineren. Zonder bijstelling van zijn eigen programma verzwakt Wilders’ positie. Zijn gedoogsteun aan het kabinet maakt hem kwetsbaar voor aanvallen van Roemer, met de SP zijn grootste concurrent.

Wilders moest daar wat aan doen. Met succes dunkt me. Hij heeft tenminste twee nieuwe onderwerpen gevonden voor een succesvolle verkiezingscampagne. Het ene onderwerp is de immigratiegolf van oost-europeanen en de last die ze ons zouden bezorgen. De overstap van islamofobie naar xenofobie kan goed vallen bij een groot deel van zijn aanhang. Het tweede onderwerp is de terugkeer naar de gulden. Het positieve rapport van een Brits onderzoeksbureau over de herinvoering van de gulden zal hem in verkiezingen een duidelijk en onderscheidend geluid bezorgen. Ondanks tegengeluid uit wetenschappelijke  zal hij waarschijnlijk grote steun krijgen van een groot aantal Nederlanders.

Met ‘de oost-europeaanse immigratie’ en ‘de gulden’ is in verkiezingen te scoren. Wilders kan daarmee conservatieve ex-CDA stemmers weerhouden om naar het CDA terug te keren. Hij zal een geduchte concurrent van de SP worden en groei van de PvdA tegen kunnen gaan. Of Rutte met de VVD stemmen gaat verliezen vraag ik me af.

Wat betekent dit voor de onderhandelingen? Wilders heeft electoraal niets te winnen bij grote inschikkelijkheid. Hij is een ervaren politicus en weet goed dat hij, om in de toekomst regeringskansen te behouden  geen onbetrouwbare onderhandelingspartner mag worden. Hij moet vermijden om aarzelend en zwalkend pas na lange onderhandelingen nee te zeggen. Hij kan veel beter direct hoog inzetten en vasthouden aan een aantal hoge eisen. Willigen VVD en CDA die in, dan is dat mooi meegenomen en dan kunnen de onderhandelingen verder. Lukt dat niet, dan is het zaak om zonder overbodige pijn snel te stoppen.

Wat gaat dat opleveren? Het CDA zal geen kant uit kunnen. Ze kan nog minder nieuwe verkiezingen permitteren als in het kabinet te blijven. Met Wilders als tegenspeler is een verdwijnende machtsfactor. Ze zal waarschijnlijk worden leeggegeten door haar concurrenten. In denk dat ook in de onderhandelingen Rutte en Wilders de grote tegenspelers zullen zijn. In samen- of tegenspel gaan beide politici beslissen over de eerstvolgende jaren. Gaan ze nog even door met het CDA als bijwagen? Dan gaan de onderhandelingen een tijd duren. Of neemt Rutte de uitdaging aan en zet ook hij in op verkiezingen, op zoek naar nieuwe coalities? Dan zouden de onderhandelingen wel eens snel afgelopen kunnen zijn.

Posted in De kijk van Martin Hetebrij op de politieke dierentuin | Leave a comment

Faalt de directie van het VUmc als beslisser?

Hoe kon men in het VUmc het medisch ethisch aanvechtbare besluit nemen om patiënten te filmen voor het programma ‘op leven en dood’ ? In mijn vorige blog veronderstelde ik een gebrekkig besluitvormingsproces, waarin belangrijke inzichten en partijen niet in het vooroverleg werden betrokken. Vraag was in hoeverre deze verklaring zou kunnen kloppen.

De volkskrant van 25 februari geeft nieuwe informatie. Een artikel daarover laat zien dat de directie met enkele leidinggevende artsen de besluiten over het filmen hebben genomen. De directie was dus de beslisser, die zonder goed overleg met relevante deskundigheden binnen het personeel zijn besluiten nam. De besluitvorming werd dus zo georganiseerd, dat mogelijke protesten werden voorkomen.

Dat roept nieuwe vragen op. Waarom heeft de directie van het VUmc zo gehandeld? Hoe te verklaren dat de verstandige mensen in die directie toch keuzen maakten die achteraf dom blijken? Ik kan op dit moment twee antwoorden bedenken.

  1. Misschien was er alleen maar sprake van een ondoordachte sturing van het besluitvormingsproces. De directie realiseerde zich de complexheid en de risico’s van het filmprogramma onvoldoende. Ze wilde vol daadkracht, zonder veel oponthoud en gedoe een snelle keuze maken. Dat zou het image van het VUmc zeer ten goede kunnen komen.  Men heeft echter onvoldoende tijd genomen om de tegenspraak te organiseren die voor een goed doordacht besluit nodig is.
  2. Een andere verklaring kan in de cultuur van het hele ziekenhuis worden gezocht. Het VUmc heeft net een conflict achter de rug over het functioneren van de intensive care. In dat conflict kwam het verhaal naar buiten dat er onder het personeel een angstcultuur heerst. Het ging daarbij allereerst over angst voor de machtige en arrogante specialisten bij de intensive care, die hun eigen gang gingen. Maar zo’n angst kan breder verspreid zijn, met uitlopers naar de directie. Dat zou een verklaring kunnen zijn van voorzichtigheid om bij onenigheid de directie tegen te spreken. Dat kan gebrek aan tegenspraak bij onenigheid verklaren, zowel vanuit het personeel als vanuit de raad van toezicht. Een directie die geen tegenspraak verwacht kan gemakkelijk de gewoonte ontwikkelen om vol daadkracht, maar kort door de bocht ondoordachte besluiten te nemen.

Twee mogelijke antwoorden. Ze sluiten elkaar niet uit. In beide antwoorden faalt de directie als beslisser. Ik ben nieuwsgierig of de antwoorden in de goede richting wijzen. Wie weet komt er nieuwe informatie.

Posted in De kijk van Martin Hetebrij op de politieke dierentuin | 1 Comment

Fout filmen in het VUmc, incident of structuur?

In het VU Medisch Centrum zijn ten behoeve van een TV programma opnamen gemaakt van patiënten zonder dat die dit wisten. Al heeft men vanuit het centrum geprobeerd nuances in te brengen, het blijft een slechte zaak om filmers ongevraagd te laten meekijken naar de behandeling van patiënten. Nu kun je het met zijn allen eens zijn dat dit niet had gemogen, vraag is hoe het mogelijk was dat dit toch gebeurde. Natuurlijk zullen ook aan het VUmc velen het eens zijn met het negatieve oordeel. Hoe heeft men daar kunnen besluiten het RTL programma in deze vorm te laten opnemen. Gebrek aan normbesef, slechtigheid dus? ik geloof er niets van. Domheid dan? Met al die verstandige mensen?

Ik mis als buitenstaander de informatie, die nodig is om deze vraag te beantwoorden. Ik heb wel een idee waar de verklaring te zoeken. Er moet aan het VUmc een besluitvormingsproces hebben plaatsgevonden, dat tot het besluit leidde om de filmers camera’s te laten plaatsen en onder afgesproken voorwaarden hun werk te laten doen. In dat besluitvormingsproces moeten protesten zijn genegeerd, of men heeft mensen die zouden kunnen protesteren er buiten hebben gehouden. Wie hadden kunnen protesteren? Artsen neem ik aan, professionals uit een afdeling communicatie of uit een afdeling juridische zaken. Hoe moet dat zijn gegaan?

Er is een partij bij het VUmc, die toestemming heeft gegeven. Wie was dat? Was dat het college van bestuur? Of een andere op een lager niveau? Hoe is die beslisser te werk gegaan? Heeft die zich bij het voorbereiden van zo’n besluit wel goed laten adviseren? Of heeft men na kennisname van het plan, zonder verder overleg autocratisch het besluit genomen en doorgedrukt? En dan eigenlijk de belangrijkste vraag, was dit een incidentele fout, of gaat het om een structurele afwijking in richting van autocratische besluitvorming?

Voor het VUmc is het zaak om zich rekenschap te geven van deze vraag. Gaat het om een incidentele fout, dan moet er iemand op zijn ‘vestje worden gespuugd’.  Is er sprake van een systematisch weerkerende uitschakeling van deskundigheden bij bepaalde besluiten, dan gaat het niet (alleen) om personen maar om slechte gewoonten. Het aanwijzen van een schuldige alleen zal vergelijkbare fouten in de toekomst niet voorkomen.

Posted in De kijk van Martin Hetebrij op de politieke dierentuin | Leave a comment

Spekman is best goed begonnen

Direct na het aftreden van Cohen heeft Spekman als nieuwe voorzitter van de PvdA vastgesteld hoe een nieuwe fractieleider zal worden gekozen. De nieuwe partijleider zal los daarvan en later worden verkozen. Hans Spekman had zichzelf ook kandidaat kunnen stellen voor het fractieleiderschap. Hij heeft dat niet gedaan.

Met zijn snelle actie sloeg Spekman meer vliegen in een klap. Hij voorkwam ruzies over verkiezingsprocedures en koppelde die los van de vraag waar het nu om moet gaan: wie wordt fractie- en wie partijleider. Hij voorkwam tegelijk dat de discussies over een nieuwe fractieleider opgeladen zou worden met de strijd om het partijleiderschap. Door tegelijk zichzelf niet kandidaat te stellen verwierf  Spekman zich voldoende neutraliteit om het hele proces op een voor ieder acceptabele manier te regisseren.

De landelijke raadpleging over de fractieleider kan de slagkracht van de fractie aantasten. Pas in de loop van maart kan die het roer echt overnemen. Dat in een periode met zwaren onderhandelingen over nieuwe bezuinigingen. Door de gedoogconstructie zal ook de PvdA meespelen. En er zou zo maar een regeringscrisis kunnen ontstaan. Deze beperking moet echter redelijk goed kunnen worden opgevangen door de huidige fractie. Het zou wel eens veel nadeliger kunnen zijn als de fractie zelf haar nieuwe leider koos.  Ze krijgt nu al de schuld Cohen weg te hebben gemanipuleerd. Als ze ook nog eens intern haar leider kiest, dan zal dat worden opgevat als voortzetting van de spelletjes die Cohen deden sneuvelen. De nieuwe fractieleider zal daaronder te lijden krijgen, worden bestempeld als winnaar van nare spelletjes, als beste visser in troebel water, een ideaal doelwit voor spot en verdachtmaking in de media en door concurrerende partijen. De spanning tussen fractie en partij zal alleen maar toenemen.

Spekman moet allereerst onnodige conflicten binnen de PvdA voorkomen. Hij moet zorgen voor productieve discussies over de opvolging van Cohen en een nieuwe visie. Snel reageren op lopende politieke issues is nu niet het grootste probleem voor de PvdA. Wat daar mis kon gaan is al mis gegaan. De PvdA heeft eenheid nodig om zich voor te bereiden op de volgende regeringsperiode. De discussies moeten daar over gaan, zonder vervuiling met al te veel ruzies. Spekman is best goed begonnen.

Posted in De kijk van Martin Hetebrij op de politieke dierentuin | Leave a comment

De spoorchaos bij NS en ProRail is ten diepste een besluitvormingsprobleem

In de Volkskrant van 11 februari wordt eindelijk een begrijpelijk beeld gegeven van de oorzaken van de grote chaos bij vorst en sneeuw. Als vroeger een machinist werd geconfronteerd met een bevroren wissel, dan mocht hij daar zelf wat aan doen, en hij kon dat ook. Dat had hij geleerd. Dat is nog steeds mogelijk, alleen het mag niet meer. Als er nu een wissel faalt, dan mag de treinbestuurder niets doen. In plaats daarvan treedt er gestandaardiseerd protocol in werking, dat is ontwikkeld door technisch hoog opgeleide techneuten bij ProRail. Via dat protocol wordt een extern ingehuurde partij gewaarschuwd, die vervolgens met eigen vervoermiddel, de auto, op weg gaat om de wissel te repareren. Dat kan even duren als ook de weg door sneeuw een chaos is geworden. Bij vorst en sneeuw roept dat uiteraard roept dat grote vertragingen op, die golven aan reacties activeren die zich door het hele spoorwegsysteem systeem verplaatsen, elkaar versterken en een niet meer te sturen chaos oproepen. Dat die chaos vervolgens ook informatievoorziening aan steeds bozer wordende reizigers onmogelijk maakt lijkt me niet meer dan logisch.

De uiteindelijke verklaring is tegelijk een felle beschuldiging. Het verwijt richt zich op de politiek. die heeft de NS en ProRail  gescheiden. Haar treft de schuld. Zo wordt extra voeding gegeven aan het jaarlijks terugkerende winterse blaming game rond de spoorwegen. De echte verklaring moeten we zoeken in een structurele fout in de besluitvorming, die evengoed kan optreden bij scheiding als bij fusie van NS en ProRail samen.

In elke organisatie moet je besluiten daar laten nemen, waar de relevante kennis voorhanden is en waar ze voldoende snel kunnen worden genomen. Als wissels uitvallen door sneeuw en vorst, dan is de kennis om dat snel en effectief aan te pakken de kennis van een treinmachinist, die op de betreffende plek die wissel kan bekijken. kan zien of er wat te doen is. Als je die kennis uitschakelt en vervangt door een bureaucratisch geheel aan gestandaardiseerde protocollen, dan gaat het fout. Dat is gebeurd bij ProRail, dat gebeurt heel systematisch in veel organisaties, dat kan ook heel goed gebeuren als je de NS en ProRail samenvoegt.

De oplossing moet op een andere plek worden gezocht. De NS en ProRail moeten samen treinbestuurders weer de ruimte te geven voor een eerstelijnsaanpak, voor het nemen en uitvoeren van operationele besluiten bij wisselproblemen.  Samen moeten ze voorkomen, dat er protocollen worden vastgelegd, waarin die praktische kennis onvoldoende meesprak. Samen moeten ze het gevaar bezweren, dat professionals op hogere posities in de organisatie protocollen bedenken, die de kennis en mogelijkheden van operationeel werkende professionals buitensluiten.

Posted in De kijk van Martin Hetebrij op de politieke dierentuin | Leave a comment

Ajax zonder besluitkracht zal ruzie blijven houden

Als de top bij Ajax besluitkracht blijft missen, dan blijft het ellende bij die club. Besluitkracht betekent allereerst dat men het er met elkaar over eens is hoe een besluit wordt genomen. Lukt dat, dan zal men ook die besluiten aanvaarden waar men zelf tegen was. Nu was en is dit bij Ajax voor de raad van commissarissen een groot probleem. Ik herinner me nog goed een gesprek met Keje Molenaar, aanhanger van Cruijff, die het stelde dat Cruijff in de raad van commissarissen aan het werk zou moeten en dat de raad hem zou moeten faciliteren. Daarmee is tegelijk een bepaalde opvatting gegeven over de manier waarop de raad van commissarissen tot een besluit moet komen. De stem van Cruijff zal in de raad doorslaggevend moeten zijn.

Het is niet te verwonderen, dat de andere leden van de raad van commissarissen daar anders over dachten. Die gingen uit van een andere beslisregel, de algemene, juridisch ook ondersteunde regel, dat elke stem in de raad evenveel telt als de andere. (Misschien met een extra regel voor het geval de stemmen staken). Daarmee hebben we een verklaring voor de herhaaldelijke poging van Cruijff om Tjeu La Ling aanvaard te krijgen. Voor hem en zijn achterban was het voldoende als hij daarvoor was, de andere leden hadden zich in die visie te voegen. Zo niet, dan was dat aan die andere  leden te wijten, die gaven Cruijff niet de plaats die hem toekwam.

Als er tegelijk onenigheid is over de beslispregels en over de inhoud van een ten nemen besluit dan kom je er niet meer uit. De onenigheid over het ene vermengt zich met de onenigheid over het andere. Dat roept bij alle partijen steeds meer gevoel van machteloosheid op, steeds meer irritatie en uiteindelijk steeds meer de neiging om er met politieke spelletjes uit te komen. Dat is bij Ajax voortdurend gebeurd.

Het is bij Ajax zaak, dat men het snel met elkaar eens wordt over beslisregels, in de raad van commissarissen, in de raad van bestuur en op de andere echelons. En dat men met elkaar gaat beseffen, dat onenigheid daarover dodelijk is. Als men dan toch wil vechten, dan graag volgens goede beslisregels. Zoals voetbal een scheidsrechter nodig heeft, zo heeft overleg algemeen aanvaarde beslisregels nodig. Dan is het vervolgens nog moeilijk genoeg om er samen zonder al te veel ruzie uit te komen.

Posted in De kijk van Martin Hetebrij op de politieke dierentuin | Leave a comment

De riskante politiek van Israel

Israël heeft de laatste decennia een zeer riskante buitenlandse politiek gevoerd. De gevolgen daarvan worden nu voelbaar. Leert men niet van de historische les die aan het beginnen is, dan dreigen tragische consequenties. Kern van die buitenlandse politiek was, dat Israël haar bestaanszekerheid te lang is blijven baseren op een internationale coalitie, die sterk en stevig genoeg zou moeten zijn om haar te verdedigen tegen vijanden die haar bestaan betwisten.

Nu is het internationale krachtenveld in en rond die coalitie begonnen te veranderen. De coalitie met Egypte raakt aangetast. De relatie van Egypte met de Palestijnen verbetert. Autoritaire regimes in de Arabische wereld waarmee een machtsevenwicht was ontstaan verzwakken en veranderen. Ook als men de repressie tegen de protesten in kan handheven zal de dreiging tot opstand blijven. Er zullen steeds meer opgeleide jongeren komen die de sociale media gebruiken en willen gebruiken. Met die media als middel zal het vrij uiten van meningen het mobiliseren van volksmacht doorgaan. Of die opstanden nu uitlopen op democratisering of op een orthodox Moslimbewind, in beide gevallen wordt dat een bedreiging voor Israël.

De positie van de Verenigde Staten zal er in dit verschuivende landschap niet sterker op worden. De oude coalities met de repressieve regimes worden zwakker en in standhouding ervan riskanter. Steun aan Israël zal steeds meer gaan kosten, de invloed op de regio zal daardoor verminderen, de toegang tot olie bemoeilijken en grote belangen binnen de Verenigde Staten bedreigen. Wil Israël zijn bestaanszekerheid behouden, dan zal de oude coalitie en het machtevenwicht daaromheen steeds minder zekerheid bieden. Nieuwe vervangende coalities zijn niet in zicht. Het is te hopen, dat Israël voldoende snel de historische les zal leren, die haar nu wordt voorgehouden, en haar bestaanszekerheid zoeken waar ze echt te vinden is.

Een land met bestaanszekerheid heeft geen politiek nodig om die zekerheid te behouden. Echte bestaanszekerheid is een collectieve ervaring waar je niet over hoeft na te denken. Je bestaat als land, niemand betwist dat en zal dat betwisten. Je bestaat en dat is voor altijd. De kern van die ervaring komt voort uit het weten, dat het bestaansrecht van je land erkend wordt door de omgeving, door de buurlanden, door de landen waarmee die zijn verbonden, door de internationale gemeenschap. Je land heeft bestaanszekerheid omdat je weet dat niemand er zelfs maar aan denkt dat bestaan te betwisten.

Israël heeft veel te lang vertrouwd op een coalitie zonder eeuwigheidswaarde. Dat is niet alleen aan Israël te wijten. Er heeft zich in de loop van jaren een groot door niemand gewild en gestuurd internationaal spel ontwikkeld, met verhoudingen, waarin de vele betrokken partijen, of ze dat wilden of niet mee meegingen. Hoe vrij was ieder, in het zicht van de externe en interne politieke krachten, van de vroeger of later ervaren pijn en angst? Ieder land is daarin op zowel slachtoffer als dader geworden. Cynisme werd noodzakelijk, wantrouwen een verstandige leidraad en koppigheid een kracht.

Als er één land is, dat politiek nu nog wat manoeuvreerruimte heeft, dan is het Israël. Tegelijk heeft het land zich als relatief sterke partij zich wel diep ingegraven. Veiligheid, hoe noodzakelijk ook is erg leidend geworden. Men is wel erg sterk gaan vertrouwen op een blijvende militaire meerderheid. Minachting voor de omgeving is wel erg leidend geworden, vertrouwen in eigen kracht erg groot. De repressieve Arabische regimes waren achterlijk en zouden dat ook wel blijven, blijvende losers in grote proces van modernisering en mondialisering over de wereld heen.

De grondslagen van Israëls buitenlandse politiek zijn aan het wankelen. Doorgaan wordt steeds riskanter. Laten we voor Israël en zijn buren hopen dat het niet afwacht, maar tijdig op zoek gaat naar nieuwe mogelijkheden, die zich door de grote veranderingen ook zullen ontstaan. Natuurlijk zullen er grote weerstanden zijn, zowel in Israël als bij de buren. Cynisme, misleiding, wantrouwen, angst, arrogantie en zelfoverschatting zijn bij alle partijen te vinden. Toch is er maar één weg naar veiligheid en welvaart, een betrouwbare erkenning van Israëls bestaan door zijn buren en door de buren daarvan. Dat is de enige weg naar bestaanszekerheid, voor nu en later en over de grens heen van deze nog jonge eeuw.

Posted in De kijk van Martin Hetebrij op de politieke dierentuin | 3 Comments

Sociale media als machtsmiddel tegen dictaturen

De nieuwe sociale media staan op gespannen voet met autocratische regimes. Ze kunnen onderdrukte volken helpen om snel en massaal alle macht te mobiliseren die nodig is om een onderdrukkend regime ten val te brengen. Natuurlijk hoeft dat niet direct uit te lopen op een democratie. Maar omdat een nieuw autocratisch bewind een groot deel van de bevolking weer buitensluit, zal men het geleerde in de vorige opstand opnieuw toepassen, de sociale media weer gebruiken en ook dit regime weer aan te pakken. Daar valt wat van te leren.

In de Volkskrant van 25 februari staat een interview van Arie Elshout met een zeer interessante man, Gene Sharpe. De New York Times portretteerde hem als man, die met zijn boeken over geweldloze (maar niet softe) actie in meerdere gevallen de hand had in de ondergang van dictators, ook die van Mubarak. Ik bouw mijn verhaal op over een in drie onderdelen geknipt citaat uit het interview.

“ Cruciaal voor iedereen die macht uitoefent, is de bereidheid van het volk om te gehoorzamen en samen te werken. Die bereidheid kan zijn ingegeven door angst voor straf, eigenbelang, gewoonte, onverschilligheid, gebrek aan zelfvertrouwen of het idee dat de regeerder een God of ‘waarheid’ vertegenwoordigt.”

Een dictator is niet de baas vanwege zijn sterke persoonlijkheid. Hij heeft allereerst een centrale plaats in een sterke coalitie. Die coalitie werkt, omdat de deelnemers erop rekenen dat ze elkaars macht, ook het gebruik van wapens en geweld kunnen mobiliseren, en omdat deze verwachting steeds opnieuw wordt bevestigd door de gebeurtenissen. De hoger geplaatsten, ook de dictator zelf, kunnen zo nodig met dwang de macht van lager geplaatsten mobiliseren, omdat de lager geplaatsten als ze dat nodig hebben dat ook kunnen doen met de macht van de hoger geplaatsten.

Zo’n coalitie werkt uitstekend zolang tegenstanders zwak en verdeeld zijn. Met elk van die afzonderlijk strijdende tegenstanders is dan goed af te rekenen. In een autocratie hoeft de overheersende coalitie dan ook niet groot te zijn in vergelijking met de overheerste groep. Als de laatste maar verdeeld is en als verzet hoogstens vanuit enkele kleine centra of uit zwakke coalities afkomstig is. Het is moeilijk om te kwantificeren, maar ik durf de stelling aan, dat een autocratische overheid die 5% van de bevolking omvat gemakkelijk zijn positie kan handhaven. Maar als de 95% het niet meer pikt, dan komt zo’n regering snel in de problemen. Dat komt ook in het volgende citaat tot uiting.

“ Op het moment echter dat het volk besluit vanwege hardnekkig wanbeleid niet meer te gehoorzamen, is de machthebber in problemen. Hij zal escaleren en overgaan tot straf, ontslag, gevangenis, executie en ander geweld. Maar als de ondergeschikten volharden in hun ongehoorzaamheid, zal uiteindelijk het regime het onderspit delven. Want de bereidheid van het volk gehoorzaamheid is de belangrijkste bron van macht voor de machthebbers. Als dat weg is, is hij weg.”

Als een volk massaal in verzet komt, dan merken de leden van de coalitie dat heel snel. Ze onderkennen dat de macht van coalitiegenoten niet meer toereikend is om aanvallen van buitenaf te pareren. De voordelen van onderlinge steun verdwijnen, en vallen steeds meer weg tegen het risico slachtoffer te worden van de opstand. Dat merk je als soldaten weigeren te vechten en als de leiding dat niet tegengaat. Dat merk je als de politie zijde kiest van de opstand. De banden binnen de coalitie kraken dan en de samenhang erbinnen verdwijnt. De reus blijkt lemen voeten te hebben en om te vallen voordat iemand dat verwachtte. De snelle val van de Roemeense dictator Ceauscescu in december 1989 was daarvan een treffend voorbeeld. Als een heersende regime in werkelijkheid zo zwak is, waarom kan het dan zo lang blijven bestaan? Ik zet het citaat verder voort.

“ Maar waarom bestaat er dan nog onderdrukking? Volgens Sharpe omdat mensen niet door hebben hoezeer machthebbers van hen afhankelijk zijn. Daarnaast moeten demonstranten hun angst overwinnen en voldoende kritische massa ontwikkelen. Dat is moeilijk af te dwingen. ‘Hoe werp je je angst af? We weten het niet.’ “

Ik denk dat de geschiedenis van de Egyptische opstand tegen Mubarak laat zien, dat het antwoord op die vraag aan het veranderen is. In dat land bleken met name de jongeren via gebruik van de sociale media breed contact met elkaar te hebben en ook hun acties te kunnen coördineren. De sociale media hielpen om op eenvoudige wijze de onderlinge isolatie op te heffen, die tot dan toe het spel van verdeeld houden en heersen zo succesvol maakte.

De sociale media hebben de maatschappelijke openbaarheid een ander karakter gegeven. Dat was nog niet het geval bij de val van Ceausescu. Die kwam tot stand, toen binnen een grote menigte de vlam in de pan sprong, en ieder moed ontleende aan de gelijktijdige en voor ieder waarneembare uitingen van woede. De toevallige nabijheid van mensen was de lont in het kruitvat. Dat is nu anders geworden. Door de sociale media bevindt er zich voortdurend een menigte op het plein bijeen. En meer dan op een echt plein communiceert ieder met ieder. De sociale media halen mensen weg uit hun geïsoleerde positie, laten hen zien hoeveel anderen het met hun eens zijn en willen samenwerken. De sociale media helpen een onderdrukt volk om de altijd al voorhanden maar slapend gebleven macht te mobiliseren en een autocratisch regime gemakkelijker dan voorheen af te zetten.

De ervaringen tot nu toe ermee zullen de inzet van sociale media bij opstanden steeds groter maken. Zwakke autocratieën zullen een kortere bestaansduur krijgen. Hun verdwijnen zal vaak niet tot democratisering leiden. Wisselingen in de macht kunnen gemakkelijk uitlopen op overgangen van het ene naar het andere autocratische regime. Maar ook een nieuw autocratisch regiem mag vanuit die media veel sneller een effectief verzet verwachten. Daardoor mogen we eerder dan voorheen nieuwe opstanden verwachten, en daarmee ook snellere herkansingen om van een autocratie naar een democratie over te stappen.

Uiteraard zullen ook heersende regimes zich deze veranderde openbaarheid realiseren. Zij zullen mogelijkheden zoeken om de toegang en het gebruik van sociale media voor en tijdens opstanden te beperken en onder censuur te stellen. Opstanden zullen steeds meer worden gekenmerkt door strijd rond het gebruik van sociale media.

Als deze analyse hout snijdt, dan kunnen we daar enkele lessen uit trekken.

  • Allereerst zullen sociale media zich beter met democratieën verdragen dan met autocratieën. De brede uitsluiting van de macht door een kleine groep is daar minder, wat minder verzet zal oproepen.
  • Een tweede les is, dat om democratisering te bevorderen we de  de sociale media toegankelijk moeten maken voor zo veel mogelijk mensen in zo veel mogelijk landen, voor ouderen maar vooral ook voor jongeren, voor rijken maar vooral ook voor armen.
  • De derde les is, dat we met kracht op mondiaal niveau moeten zoeken naar mogelijkheid om de toegang tot sociale media onafhankelijk van bepaalde regimes aan ieder te garanderen.
Posted in De kijk van Martin Hetebrij op de politieke dierentuin | 2 Comments