De nieuwe sociale media staan op gespannen voet met autocratische regimes. Ze kunnen onderdrukte volken helpen om snel en massaal alle macht te mobiliseren die nodig is om een onderdrukkend regime ten val te brengen. Natuurlijk hoeft dat niet direct uit te lopen op een democratie. Maar omdat een nieuw autocratisch bewind een groot deel van de bevolking weer buitensluit, zal men het geleerde in de vorige opstand opnieuw toepassen, de sociale media weer gebruiken en ook dit regime weer aan te pakken. Daar valt wat van te leren.
In de Volkskrant van 25 februari staat een interview van Arie Elshout met een zeer interessante man, Gene Sharpe. De New York Times portretteerde hem als man, die met zijn boeken over geweldloze (maar niet softe) actie in meerdere gevallen de hand had in de ondergang van dictators, ook die van Mubarak. Ik bouw mijn verhaal op over een in drie onderdelen geknipt citaat uit het interview.
“ Cruciaal voor iedereen die macht uitoefent, is de bereidheid van het volk om te gehoorzamen en samen te werken. Die bereidheid kan zijn ingegeven door angst voor straf, eigenbelang, gewoonte, onverschilligheid, gebrek aan zelfvertrouwen of het idee dat de regeerder een God of ‘waarheid’ vertegenwoordigt.”
Een dictator is niet de baas vanwege zijn sterke persoonlijkheid. Hij heeft allereerst een centrale plaats in een sterke coalitie. Die coalitie werkt, omdat de deelnemers erop rekenen dat ze elkaars macht, ook het gebruik van wapens en geweld kunnen mobiliseren, en omdat deze verwachting steeds opnieuw wordt bevestigd door de gebeurtenissen. De hoger geplaatsten, ook de dictator zelf, kunnen zo nodig met dwang de macht van lager geplaatsten mobiliseren, omdat de lager geplaatsten als ze dat nodig hebben dat ook kunnen doen met de macht van de hoger geplaatsten.
Zo’n coalitie werkt uitstekend zolang tegenstanders zwak en verdeeld zijn. Met elk van die afzonderlijk strijdende tegenstanders is dan goed af te rekenen. In een autocratie hoeft de overheersende coalitie dan ook niet groot te zijn in vergelijking met de overheerste groep. Als de laatste maar verdeeld is en als verzet hoogstens vanuit enkele kleine centra of uit zwakke coalities afkomstig is. Het is moeilijk om te kwantificeren, maar ik durf de stelling aan, dat een autocratische overheid die 5% van de bevolking omvat gemakkelijk zijn positie kan handhaven. Maar als de 95% het niet meer pikt, dan komt zo’n regering snel in de problemen. Dat komt ook in het volgende citaat tot uiting.
“ Op het moment echter dat het volk besluit vanwege hardnekkig wanbeleid niet meer te gehoorzamen, is de machthebber in problemen. Hij zal escaleren en overgaan tot straf, ontslag, gevangenis, executie en ander geweld. Maar als de ondergeschikten volharden in hun ongehoorzaamheid, zal uiteindelijk het regime het onderspit delven. Want de bereidheid van het volk gehoorzaamheid is de belangrijkste bron van macht voor de machthebbers. Als dat weg is, is hij weg.”
Als een volk massaal in verzet komt, dan merken de leden van de coalitie dat heel snel. Ze onderkennen dat de macht van coalitiegenoten niet meer toereikend is om aanvallen van buitenaf te pareren. De voordelen van onderlinge steun verdwijnen, en vallen steeds meer weg tegen het risico slachtoffer te worden van de opstand. Dat merk je als soldaten weigeren te vechten en als de leiding dat niet tegengaat. Dat merk je als de politie zijde kiest van de opstand. De banden binnen de coalitie kraken dan en de samenhang erbinnen verdwijnt. De reus blijkt lemen voeten te hebben en om te vallen voordat iemand dat verwachtte. De snelle val van de Roemeense dictator Ceauscescu in december 1989 was daarvan een treffend voorbeeld. Als een heersende regime in werkelijkheid zo zwak is, waarom kan het dan zo lang blijven bestaan? Ik zet het citaat verder voort.
“ Maar waarom bestaat er dan nog onderdrukking? Volgens Sharpe omdat mensen niet door hebben hoezeer machthebbers van hen afhankelijk zijn. Daarnaast moeten demonstranten hun angst overwinnen en voldoende kritische massa ontwikkelen. Dat is moeilijk af te dwingen. ‘Hoe werp je je angst af? We weten het niet.’ “
Ik denk dat de geschiedenis van de Egyptische opstand tegen Mubarak laat zien, dat het antwoord op die vraag aan het veranderen is. In dat land bleken met name de jongeren via gebruik van de sociale media breed contact met elkaar te hebben en ook hun acties te kunnen coördineren. De sociale media hielpen om op eenvoudige wijze de onderlinge isolatie op te heffen, die tot dan toe het spel van verdeeld houden en heersen zo succesvol maakte.
De sociale media hebben de maatschappelijke openbaarheid een ander karakter gegeven. Dat was nog niet het geval bij de val van Ceausescu. Die kwam tot stand, toen binnen een grote menigte de vlam in de pan sprong, en ieder moed ontleende aan de gelijktijdige en voor ieder waarneembare uitingen van woede. De toevallige nabijheid van mensen was de lont in het kruitvat. Dat is nu anders geworden. Door de sociale media bevindt er zich voortdurend een menigte op het plein bijeen. En meer dan op een echt plein communiceert ieder met ieder. De sociale media halen mensen weg uit hun geïsoleerde positie, laten hen zien hoeveel anderen het met hun eens zijn en willen samenwerken. De sociale media helpen een onderdrukt volk om de altijd al voorhanden maar slapend gebleven macht te mobiliseren en een autocratisch regime gemakkelijker dan voorheen af te zetten.
De ervaringen tot nu toe ermee zullen de inzet van sociale media bij opstanden steeds groter maken. Zwakke autocratieën zullen een kortere bestaansduur krijgen. Hun verdwijnen zal vaak niet tot democratisering leiden. Wisselingen in de macht kunnen gemakkelijk uitlopen op overgangen van het ene naar het andere autocratische regime. Maar ook een nieuw autocratisch regiem mag vanuit die media veel sneller een effectief verzet verwachten. Daardoor mogen we eerder dan voorheen nieuwe opstanden verwachten, en daarmee ook snellere herkansingen om van een autocratie naar een democratie over te stappen.
Uiteraard zullen ook heersende regimes zich deze veranderde openbaarheid realiseren. Zij zullen mogelijkheden zoeken om de toegang en het gebruik van sociale media voor en tijdens opstanden te beperken en onder censuur te stellen. Opstanden zullen steeds meer worden gekenmerkt door strijd rond het gebruik van sociale media.
Als deze analyse hout snijdt, dan kunnen we daar enkele lessen uit trekken.
- Allereerst zullen sociale media zich beter met democratieën verdragen dan met autocratieën. De brede uitsluiting van de macht door een kleine groep is daar minder, wat minder verzet zal oproepen.
- Een tweede les is, dat om democratisering te bevorderen we de de sociale media toegankelijk moeten maken voor zo veel mogelijk mensen in zo veel mogelijk landen, voor ouderen maar vooral ook voor jongeren, voor rijken maar vooral ook voor armen.
- De derde les is, dat we met kracht op mondiaal niveau moeten zoeken naar mogelijkheid om de toegang tot sociale media onafhankelijk van bepaalde regimes aan ieder te garanderen.